Hoe afscheid nemen?


Het overlijden van uw kindje is een bijzonder ingrijpende en schokkende gebeurtenis.
Er is het verlies, het lege wiegje, de stille kinderkamer. U als ouder blijft achter met een eindeloos groot verdriet.
Alle toekomstverwachtingen zijn plotseling vervlogen.
Deze uiteenzetting is bedoeld als leidraad voor ouders die hun kindje verliezen. Zowel emotionele als praktische zaken komen aan bod. Er moet immers ook heel wat geregeld en besproken worden in die periode. Met deze tekst proberen we u op weg te helpen in deze moeilijke tijd. We putten hiervoor uit onze vroegere ervaring met mensen die ook een baby verloren. We willen er wel op drukken dat alle gevoelens normaal zijn en dat onderstaande voorbeelden niet steeds voor iedereen gelden. Iedereen rouwt op zijn eigen persoonlijke manier...
In het eerste deel gaan wij in op de periode vlak na de dood van uw baby. Ook bespreken wij de verwerking van dit ingrijpende verlies op langere termijn.
In het tweede deel belichten we enkele praktische zaken die bij het overlijden van uw kindje aan bod komen.

Deel I: De eerste dagen…

Verlies en afscheid nemen

Elk verlies is anders. Hoe u zich na de dood van uw kindje voelt is afhankelijk van de omstandigheden van het overlijden, de band met uw kind en uw eigen persoonlijkheid. Kwam het overlijden plots of ging het al een tijd niet goed met uw kindje? Was de baby te vroeg geboren of voldragen?
Het verlies van uw eigen kind vraagt meestal een lange en intensieve rouwperiode. Verdriet uit zich bij ieder mens verschillend en kan veranderen in de loop van de tijd.
Een algemene manier van rouwen bestaat niet.
Beide partners kunnen zich totaal anders voelen en dus op een andere manier reageren. De gevoelens die u kunt hebben na het overlijden van een baby zijn heel divers, soms ook tegenstrijdig.
Sommige ouders zullen zich gevoelloos, onverschillig of leeg voelen. Dit is een reactie die het lichaam beschermt tegen een ‘teveel’ aan pijn en ellende. Anderen zijn boos en verward. Die boosheid kan gericht zijn tegen iedereen die met de baby te maken heeft gehad - de arts, de verloskundige, familie, partner - maar ook tegen zichzelf of tegen het kind. Ook kan de boosheid zich richten tegen een hogere macht, God, het noodlot.
De vraag naar het ‘waarom’ staat dan op de voorgrond. Ouders zoeken redenen voor de slechte afloop. Nog anderen voelen zich opgelucht of lijken te berusten omdat er aan het leed van hun kindje een einde is gekomen. Het is belangrijk dat u het verdriet bij uzelf toelaat.
Iedereen heeft het recht om op zijn of haar manier te rouwen.

Het contact met uw overleden baby

Er zijn heel veel manieren om afscheid te nemen van uw kindje. Het is belangrijk uw gevoel hierin te volgen en te beseffen dat geen enkele vraag, geen enkel verzoek vreemd is.
Als u de behoefte voelt om uw gestorven kindje te zien en in de armen te nemen, kan u dit zeggen aan de verloskundige, arts of begrafenisondernemer. Misschien wilt u uw kindje een tijdje in een bedje naast u op de kamer hebben.
Het is onze ervaring dat het zien en vasthouden van uw overleden kindje troost kan bieden en u kan helpen uw verdriet te verwerken en afscheid te nemen. Op die manier krijgt u een zo goed en duidelijk mogelijk beeld van uw kindje. Als u uw kindje liever niet wil zien na het overlijden moet hier ook respectvol mee omgegaan worden. De meeste ouders van te vroeg geboren kindjes, vinden achteraf dat hun kindje er in werkelijkheid mooier uitzag dan zij verwachtten.
Dat hun kindje bijvoorbeeld haartjes en nageltjes heeft, maakt een diepe indruk en ontroert zeer. Veel ouders genieten ervan in hun kindje gelijkenissen te zoeken met zichzelf of eventuele andere kinderen. Vaak leidt dit ondanks het grote verdriet tot een gevoel van trots.
Ook als je kindje zichtbare afwijkingen heeft, kunt u het vasthouden of aanraken. Je zult toch proberen je een voorstelling te maken en meestal is de werkelijkheid minder erg dan verwacht. Veel ouders die het aanvankelijk eng vonden, vertellen achteraf dat hun gevoel positiever werd naarmate zij het kindje langer bekeken. Soms zijn er gemengde gevoelens, al heeft het zien van het kindje voorkomen dat zich ergere fantasiebeelden opdrongen.
Soms is het bij het afbreken van een gewenste zwangerschap belangrijk dat u ziet dat de voorspelde afwijkingen er ook echt zijn en dat u dus een ‘goede’ beslissing hebt genomen.

Knuffelen en vasthouden

Het zien en vasthouden van uw overleden baby is heel belangrijk voor het verwerken van uw verdriet. Bekijk je kindje uitgebreid, laat elk detail goed tot je doordringen, neem hiervoor je tijd. Tel zijn/haar vingertjes en teentjes.
Kijk eens naar zijn/haar prachtige oortjes of dat grappige neusje. Knuffel hem of haar en houd je kindje lekker tegen je aan. Streel zijn/haar haartjes en geef het kleine kusjes op de wang. Het zijn de laatste momenten samen met je kindje. Probeer ondanks het immense verdriet hier toch van te genieten.
Knuffelen met uw overleden baby lijkt voor buitenstaanders heel vreemd, maar voor jullie kan het heel goed voelen. Probeer er echt zo veel mogelijk tijd aan te geven. Als JULLIE behoefte hebben om veel bij jullie kindje te zijn, dan moeten jullie dat doen. Er is niets erger dan, boven je verdriet dat je hebt na de begrafenis of crematie, spijtgevoelens te hebben.

Broertjes en zusjes

Meestal hebben broertjes en/of zusjes, neefjes en/of nichtjes meegeleefd met de zwangerschap en uitgekeken naar het nieuwe kindje. Het Berrefonds heeft voor ouders die dat willen een klein zakje gemaakt met enkele kleurplaatjes in. Dit kan helpen bij het betrekken van de andere kinderen. Verder hebben wij ook aangepaste kinderboekjes om het overlijden op kindermaat te bespreken. Het is dan ook belangrijk hen te vertellen over de dood van de baby en hen zoveel mogelijk te betrekken bij het afscheid. Broertjes en zusjes kunnen ook een knuffel krijgen met een zakdoekje en plaksterretjes om het verlies mee een plekje te geven.
Hoe jong ze ook zijn, kinderen rouwen en beleven de dood van een zusje of broertje op een heel eigen en persoonlijke manier.
Afhankelijk van hun leeftijd en belevingswereld zie je vaak de volgende kenmerken:
Één tot twee jaar :
Het kindje reageert op een heel lichamelijke manier op schokkende gebeurtenissen zoals: slecht te eten, slecht te slapen, niet naar bed te willen, vaak huilend wakker te worden, plassen in bed, scheidingsangst...

Twee tot vier:
De dood is voor hen hetzelfde als afwezig zijn. Het onomkeerbaar karakter dringt nog niet tot hen door. Peuters reageren in de eerste plaats op het verdriet van de ouders, meer dan op de dood van het baby’tje. Ze zijn van hun stuk gebracht doordat hun dagelijkse routine verstoord is en uiten dit ook heel fysiek: slecht eten, niet naar bed willen, huilend wakker worden, de hele dag moe en hangerig zijn, broekplassen, ...
Vier à vijf jaar:
Kleuters associëren doodgaan met slapen, ze kunnen zeer boos zijn, zich heel angstig, schuldig of in de steek gelaten voelen.
Vijf à zes jaar:
Het kind beeldt zich in dat het dode baby’tje op de een of andere manier voortleeft. Rond deze leeftijd krijgen kinderen een zekere angst voor de dood.
Zes tot negen jaar:
Stilaan leert het kind het verschil tussen realiteit en fictie, maar de invloed van sprookjes is nog erg groot. In vele sprookjes is doodgaan hetzelfde als slapen, althans voor de ‘goeden’. Voor de ‘slechteriken’ is sterven eeuwigdurend. Kinderen van die leeftijd kunnen doodgaan dan ook als straf interpreteren.
Vanaf negen jaar:
Het kind begint de dood te zien als iets onomkeerbaars en gaat beseffen dat het zelf ook kan doodgaan. Als ouder moet u erop bedacht zijn dat uw kind angst kan krijgen om ook andere mensen te verliezen. U kan die angst niet volledig wegnemen, maar u kan er wel over praten.
Lagere schoolkinderen voelen zich soms schuldig na het overlijden. Het is belangrijk dat hen gezegd wordt dat niemand het overlijden heeft gewild of er schuld aan heeft. Probeer om duidelijk te antwoorden op de vraag ‘waarom’ de baby gestorven is. Wees niet bang om het woord ‘dood’ uit te spreken. Zeg niet dat het kindje is weggegaan, op reis is of slaapt. U kan beter zeggen dat de baby dood is gegaan omdat hij te klein, te ziek of te zwak was en dat hij nooit meer terugkomt.
Vragen van kinderen zijn vaak spontaan en erg concreet. Het is dan ook nodig om op deze vragen zo concreet en eerlijk mogelijk te antwoorden. Soms moet u hen vertellen dat er geen antwoord bestaat, of dat u het ook niet weet. Als u erover twijfelt hoe u op deze vragen moet reageren, vraag dan raad aan de verloskundige, de psychologe, de arts of aan iemand uit uw omgeving met wie de kinderen erg vertrouwd zijn. Achteraan in de boekenlijst vindt u ook boeken over dit onderwerp.
Sommige kinderen negeren het verlies. Het lijkt alsof ze geen verdriet hebben, maar dit is schijn. Ze hebben wel verdriet. Vaak reageren ze zo omdat ze niet over hun verdriet kunnen praten. Ze doen dan alsof het gestorven baby’tje nog leeft. Verberg uw eigen verdriet niet, het zal uw andere kinderen helpen om bij zichzelf gevoelens van verdriet toe te laten en te verwerken.
Laat de andere kinderen van het gezin ook echt afscheid nemen van het baby’tje. Door hen nu te betrekken bij wat u en uw gezin overkomt, schept u de mogelijkheid om later vrij over de overleden baby te kunnen praten

Beide ouders rouwen, maar soms anders

Het is goed om te weten dat mannen en vrouwen het verlies vaak in een verschillend tempo en op een verschillende manier beleven. Na de dood van een kindje gaat de meeste aandacht naar de moeder. Voor vrouwen is het vaak makkelijker dan voor mannen om hun gevoelens van verdriet en angst te uiten. Ze hebben doorgaans een sterkere emotionele band met het kind omdat ze het kind gedurende lange tijd 24 uur per dag hebben gedragen en gevoeld. Moeders hebben vaak het gevoel dat hun lichaam hen in de steek laat en dat kan hun zelfvertrouwen flink aantasten en hen angstig maken voor de toekomst. De vader regelt doorgaans alle praktische zaken. Daardoor lijkt het er soms op alsof hij niet zoveel last heeft van verdriet. Dat is schijn. Vaders lijden net zo onder het verlies als moeders. Maar mannen kunnen of willen hun emoties vaak niet tonen.
Zijzelf - en ook hun omgeving - vinden dat ze ‘sterk’ moeten blijven. Mannen vertellen vaak dat zij het moeilijk vinden om te praten over hun verdriet. Ze geven de indruk te vluchten in hun werk, het organiseren van het huishouden of in het nietsdoen om zo hun gevoelens de baas te blijven. Vaak voelt een man zich ook machteloos bij het intense verdriet van zijn vrouw.
Hij denkt soms dat het beter is om maar helemaal niet met zijn vrouw over de baby te praten om het haar niet nog moeilijker te maken. Dat wil niet zeggen dat zijn gevoelens ten opzichte van het kind minder sterk zijn. Ook een vader ontwikkelt een band met zijn kind tijdens de zwangerschap en de bevalling. Deze gevoelens mogen niet onderschat worden, ook al zijn ze soms minder zichtbaar.
De verschillende manier van rouwen van man en vrouw kan aanleiding geven tot relatieproblemen. Probeer met elkaar te praten over wat u voelt en wat u bij de ander opmerkt. Dit helpt u het verlies, het verdriet en de leegte samen te dragen. Als u er samen niet denkt uit te komen, zoek dan contact met uw huisarts, een maatschappelijk werker of een psycholoog. Het Berrefonds organiseert tweemaandelijks een praatgroep voor ouders in samenwerking met de vereniging “Met lege handen”. Voor sommige ouders is dit een goede manier om over het verlies te praten en begrepen te worden. Meer info hieromtrent kan u terugvinden op de website van het Berrefonds.

Herinneringen bewaren

Foto’s
Maak zoveel mogelijk foto's van je kindje. Misschien denk je op dat moment dat je die foto's nooit zult bekijken, dat het teveel pijn zal doen. Of misschien staat de gedachte om te fotograferen je nu helemaal niet aan. Maar voor dit kindje komt er geen 'later' dus dit moment is alles wat je hebt om vast te leggen, zorg nu dat je later geen spijt krijgt. Maak foto's van je kindje met zijn/haar papa, met zijn/haar mama, zusje of broer, misschien met andere familieleden of dierbaren.
Foto's in zijn/haar bedje, detailfoto's van zijn/haar vingertjes (zijn/haar handje in jouw hand), oogjes, voetjes. De tijd om mooie foto's te maken van je kindje is beperkt. De huid van je kindje kan in de loop van de dagen verkleuren, verweken of zelfs een beetje loslaten. Zwart/wit of sepia foto's kunnen op zo'n moment mooier zijn dan kleurenfoto's.
Heb je geen fotocamera bij de hand? Vraag dan aan de verloskundige in het ziekenhuis om foto’s te nemen met het fototoestel dat op de dienst aanwezig is. De foto’s kunnen dan doorgestuurd worden of op CD gebrand worden.

Afdrukken van handjes en voetjes
Maak inktafdrukken van de handjes en voetjes, dit kan heel eenvoudig met elke wateroplosbare verf die voor handen is. Je kunt op een later stadium deze afdrukken inlijsten en ophangen. Ook zijn de afdrukken eventueel te gebruiken voor een geboorte- of overlijdenskaartje. Veel ouders ervaren deze afdrukken als een kostbare herinnering.
Het Berrefonds wil graag deze afdrukjes voor jullie maken. Meestal doen we dit in de kleur goud. Hoeveel we er maken hangt af van de wensen van de ouders.

Haartjes
Heeft je baby al haartjes? Knip een lokje haar van zijn/haar hoofdje of, als de haartjes te kort zijn voor een schaar, kun je eventueel ook een scheermesje gebruiken en voorzichtig enkele haartjes afscheren. Je kunt deze haartjes in een medaillon stoppen en om je nek dragen of er een juweeltje voor laten maken. Je kunt deze haartjes natuurlijk ook op andere bijzondere plekjes bewaren, maar houd er rekening mee dat de haartjes erg kwetsbaar zijn.
Neem indien mogelijk een extra lokje haar en bewaar deze in (bijvoorbeeld) een kluis. Wanneer er iets met de haartjes gebeurt (bijvoorbeeld wanneer de haartjes in een medaillon zitten en je verliest het medaillon), heb je altijd nog een reserve plukje haar.

Berrefonds
In 5 Ziekenhuizen in Antwerpen bestaat er een fonds dat indien u dat wenst een herinneringsdoosje voor u samenstelt. Dit gebeurt natuurlijk steeds in samenspraak met de ouders. Hierin kunnen al de bovenstaande opties vervat worden. Op vraag worden ook doosjes geschonken bij een overlijden buiten het ziekenhuis. Meer info over de deelnemende ziekenhuizen kan u vinden op de website

Schrijven voorkomt het risico van vergeten
De eerste dagen na het overlijden zullen als een film aan je voorbij gaan. Er moet van alles geregeld worden en tussendoor wil je verdriet ook nog een beetje aandacht.
Het is daarom niet vreemd dat er de eerste dagen na het overlijden van je kindje, heel veel langs je heen gaat. Probeer daarom een dagboekje bij te houden, desnoods alleen met sleutelwoorden. Op die manier kun je later alles nog eens rustig doorlezen en blijf je niet met die ene onbeantwoorde vraag zitten van: 'Hoe ging het ook alweer?'

Laat ook anderen afscheid nemen
Het is belangrijk om familie en vrienden ook afscheid te laten nemen van je kindje. Door anderen erbij te betrekken wordt nog eens extra onderstreept dat hij of zij bestond, dat het jullie kindje was en hoe hij of zij eruit zag. Dit vergemakkelijkt het praten over je kindje op een later tijdstip.

Geboortekaartjes en/of overlijdensbericht
De beslissing om al dan niet kaartjes te sturen is natuurlijk volledig aan jullie zelf. Een kaartje is wel een tastbaar bewijs van het overlijden van jullie baby’tje. Bovendien zorgt het versturen van kaartjes ervoor dat meer mensen op de hoogte zijn van jullie verlies. Zeker bij een vergevorderde zwangerschap rekenen mensen op een geboortekaartje. Als dat niet komt roept dat nogal eens pijnlijke vragen op. Daarom is het verstandig te laten weten dat je kind levenloos geboren is via een kaartje of een overlijdensbericht. Zo kan je vervelende vragen voorkomen.
Het geeft, voor beide partijen, een zeer vervelende situatie als je in de supermarkt iemand tegenkomt die nergens iets vanaf weet, die kan dan vragen hoe je bevallen bent en of jullie een zoontje of dochtertje hebben gekregen. Je kan kaartjes laten maken met een afdruk van het handje of voetje erop, met een tekening van eventuele andere kinderen, of met een tekst die je al in gedachten had. In het ziekenhuis zijn er kaartjes van andere ouders als voorbeeld. Ook vind je voorbeelden op internet.

Thuiskomen in een leegte

Naar huis
Zodra het medisch verantwoord is, kunt u het ziekenhuis verlaten. Sommige vrouwen willen zo snel mogelijk naar huis om zich in hun eigen omgeving aan hun verdriet over te geven. Anderen willen liever niet naar huis omdat ze opzien tegen de leegte en het gemis. Thuiskomen betekent vaak ook dat u te maken krijgt met de lege kinderkamer en eventuele babyspullen. Het is niet goed als anderen alle sporen van de voorbereidingen op de komst van uw kindje voor uw thuiskomst laten verdwijnen. Hoe pijnlijk het ook is, ook deze confrontatie is een beetje afscheid nemen van uw baby.
Er was immers een kindje en het is goed om de werkelijkheid onder ogen te zien en te leren omgaan met uw gevoelens van leegte en verdriet. Wat u met de babyspullen doet, kunt u later nog altijd beslissen.
De eerste tijd thuis is dubbel zwaar. Aan de ene kant moet u leren leven met het verlies van uw baby. Dat vraagt veel tijd en energie. Het is dan ook heel begrijpelijk dat u het liefst rust wilt en dat u geen zin heeft om de draad meteen weer op te nemen. In gedachten zal u veel met uw kindje bezig zijn, wat zich kan uiten in rare dromen, een grote behoefte om te praten en huilbuien. Weet dat dit normaal is. Indien u slaap- of andere problemen heeft, aarzel dan niet om uw huisarts te raadplegen. Aan de andere kant vragen uw gezin, werk, omgeving en familie om aandacht.
Soms proberen ouders hun gevoelens te verbergen. Ze storten zich weer op hun dagelijkse bezigheden en doen alsof er niets aan de hand is. Toch is het raadzaam om veel tijd te nemen voor uzelf en te luisteren naar uw eigen behoeften. Wanneer u zich de tijd en de ruimte gunt om uw verdriet te beleven en die ruimte ook vraagt van anderen, zal u op den duur het verlies van uw kindje kunnen verwerken en de toekomst weer met vertrouwen tegemoet zien. Als u weer thuis komt, verwacht u terecht steun en troost. Maar het zal wellicht ook gebeuren dat u minder passende en erg harde reacties op het overlijden krijgt. Doorgaans zijn die niet slecht bedoeld en enkel het gevolg van onwetendheid.
Het gebeurt ook dat mensen uit uw omgeving het moeilijk vinden om contact op te nemen. Ze zijn bang om met u over het verlies van uw baby te praten. Het is dan ook goed, tenminste als u het kunt opbrengen, om zelf de eerste stap te zetten en aan te geven of u er wel of liever niet over wilt praten.

Rouwen

Rouwverwerking is het proces waarbij het verdriet om het verlies van uw baby geleidelijk aan draaglijker wordt. Rouwen kan hard zijn. Wie rouwt, voelt zich daarom vaak moe en klaagt over gebrek aan energie.
Rouwen is een heel persoonlijk proces. Iedereen ondergaat het op zijn eigen manier. Iedereen uit zijn verdriet anders. Sommige ouders willen voortdurend over hun verdriet en over de baby praten. Anderen willen dat juist niet en trekken zich helemaal terug. Elke manier om met verdriet om te gaan, is ‘normaal’. Niemand kan u vertellen hoe u zich moet voelen of gedragen. Wel is het goed om aan vertrouwde personen te tonen hoe u zich voelt. Als u uw droefheid kan delen, is ze vaak makkelijker te dragen.
Meestal begint het diepe verdriet pas als de begrafenis en de kraamdagen achter de rug zijn. De eerste dagen ben je vaak zo verdoofd van alles wat er gebeurd is, dat de realiteit nog niet ten volle tot jullie doordringt. Pas als de eventuele hulpverleners weg zijn en het bezoek wat minder wordt, dan komt voor veel koppels de echte slag pas. Opeens sta je er samen alleen voor, in een groot leeg huis en een nog leger gevoel in je buik. Je hebt geen zin om verder te gaan, en alles wat je doet lijkt zo nutteloos.
Heftige en wisselende emoties kunnen u in de war brengen. Maak u zich hierover niet ongerust. Het is heel normaal dat u zich nu eens verdrietig of schuldig voelt, dan weer kwaad of zelfs onverschillig. Bedenk dat u iets is overkomen wat uw hele leven verstoord heeft en al uw verwachtingen teniet heeft gedaan. Hoe lang het zal duren voordat u uw verdriet wat verwerkt heeft, is niet te zeggen. Dat is bij iedereen verschillend.
Stilaan zal u merken dat u steeds beter met uw verdriet kan omgaan en dat u opnieuw plezier beleeft aan bepaalde dingen. Maar ook dan moet u er rekening mee houden dat het verdriet, bij het horen van een liedje op de radio of het zien van een zwangere vriendin, weer kan opwellen. U zal hoe dan ook op een andere manier verder leven dan voor de dood van uw baby, want het verlies van je kindje voelt vaak als het verlies van een deel van jezelf.
Vaak zeggen ouders na verloop van tijd: ik zou zo graag willen dat alles weer was zoals vroeger. Dat kan niet: je bent zelf veranderd. Je leven zonder je kindje zal nooit meer zijn zoals het daarvoor was. Dat hoeft niet negatief te zijn. Veel ouders hebben de ervaring dat zij uiteindelijk door hun verdriet als mens rijker zijn geworden en als paar meer naar elkaar zijn toegegroeid.
Vergeten zal u uw kindje nooit. Maar na verloop van tijd zal u het verlies kunnen verweven in de rest van uw leven.

Het verloop van het rouwproces

Ongeloof, ontkenning, verdoving
Direct na het trieste bericht verkeer je vaak in een soort shock toestand. De realiteit dringt nog niet echt tot je door, je beleeft de dingen als in een roes. Je huilt wel, maar het diepe verdriet en de boosheid zijn er nog niet.
De meest gehoorde reactie van ouders wanneer zij te horen krijgen dat hun kindje overleden is of een ernstige afwijking heeft, is: ‘Dat kan niet waar zijn!’, ‘Dat overkomt óns toch niet?’ Ouders willen en kunnen zich niet realiseren dat dit kind niet meer leeft, niet levensvatbaar is of een zeer ernstige afwijking heeft. Dit gevoel van ongeloof en ontkenning, dat nogal eens gepaard gaat met een gevoel van grote leegte, duurt meestal kort maar kan ook dagen of weken blijven bestaan.
Zoeken naar een schuldige; woede en protest
Ouders zoeken vaak een schuldige voor de dood van hun kind. Dat kan om het even wie zijn: de arts, de verloskundige, hun partner, de werkgever, maar ook het kind of zichzelf.
Ook kan hun boosheid zich richten op een hogere macht (God, het Noodlot). De vraag naar het ‘waarom’ staat dan op de voorgrond. Ouders zoeken oorzaken voor de slechte afloop. Niet zelden hebben vooral vrouwen een gevoel van schuld of tekortschieten. Het is heel belangrijk deze gevoelens te uiten bij vrienden, familie en hulpverleners: dat lucht vaak op. Vooral als er geen duidelijke oorzaak te vinden is, blijven veel vrouwen zoeken naar wat ze verkeerd hebben gedaan. Iedereen kan zeggen dat het onzin is, maar je blijft ermee bezig. Als er rondom de bevalling iets is misgegaan dan richt deze woede zich meestal op diegene die de bevalling heeft begeleid. Het kan goed zijn om met die persoon een gesprek aan te gaan en je woede te uiten. Deze gevoelens van woede en verwijt blijven soms weken tot maanden aanhouden.
Intens verdriet
Na de periode van woede, onbegrip en verwijt komt meestal pas het echte diepe verdriet. Je kunt het dagelijkse leven nauwelijks aan, je hebt nergens zin in, alles is je teveel.
Iedere gedachte aan je kindje zorgt ervoor dat je ontroostbaar huilt en ook andere baby's kan je maar slecht verdragen. Toch zijn de emoties van hevig verdriet een gezond, natuurlijk en noodzakelijk onderdeel van het rouwen.
Niet zelden treden ook lichamelijke of psychische klachten op; ze worden ook in deze pagina's beschreven.
Normaal gesproken nemen deze gevoelens langzaam maar zeker af en na verloop van tijd merk je dat je niet meer de hele dag aan de baby loopt te denken. Ook merk je dat je zo nu en dan aan je baby kan denken zonder direct te huilen. Heel langzaam kan je weer genieten van kleine dingen en na verloop van lange tijd heeft jullie baby een plekje in je hart gekregen waar je met liefde aan kan denken. Voordat je zover bent kunnen er gemakkelijk verschillende jaren voorbij zijn. Belangrijk is dat je merkt dat je met kleine stapjes vooruitgaat. Als je het idee hebt dat je niet verder komt en blijft hangen in je verdriet, zoek dan hulp.
Er zijn veel soorten hulp mogelijk bij rouwverwerking. Soms kan het heel goed zijn om contact te leggen met ouders die hetzelfde hebben meegemaakt. Verdriet steekt vaak ook later weer de kop op, zoals bij de uitgerekende geboortedatum, bij de 'verjaardagen’ van het overlijden, of bij de geboorte van een kind in de nabije omgeving. Het Berrefonds werkt samen met “Met lege handen” om ouders in een praatgroep te begeleiden.

Lichamelijke en psychische klachten

Lichamelijke en psychische klachten zijn normale uitingen van hevig verdriet. Die klachten verschillen van persoon tot persoon. Vaak voorkomende klachten zijn slaapproblemen, eetproblemen (geen eetlust of juist overmatig eten), hoofdpijn of buikpijn, onrust (het niet stil kunnen zitten en steeds met iets nieuws bezig willen zijn), voortdurende vermoeidheid en verder ook steeds terugkerende somberheid en huilbuien.
Daarnaast zijn er de normale lichamelijke ongemakken na een bevalling. Naweeën, pijn van hechtingen en gestuwde borsten ervaren veel vrouwen als zinloos en extra pijnlijk omdat ze niet verzacht worden door de vreugde van een gezond kind.
Bijna alle ouders slapen slecht. Als dit te lang duurt, vraag dan een slaapmiddel. Je hoeft niet meteen bang te zijn voor gewenning of verslaving. Deze medicijnen zijn niet bedoeld om je te verdoven of je verdriet te onderdrukken, maar ze kunnen helpen om een einde te maken aan slapeloze nachten.
Als je uitgerust bent kan je meestal de psychische druk beter aan. Toch hoort het bij de verwerking om huilbuien te hebben en ‘s nachts vaak en akelig te dromen over de zwangerschap, de bevalling of je kindje.
Als u weer een tijdje thuis bent, gaat u zich waarschijnlijk ook vragen stellen over het lichamelijk contact met uw partner. Sommige vrouwen hebben begrip, tijd en warmte nodig om weer gericht te zijn op intimiteit. Anderen hebben juist behoefte aan veel intimiteit met hun partner.
Het gebruik van voorbehoedsmiddelen wordt soms als tegenstrijdig ervaren: nieuw leven verhinderen als je net een kindje hebt verloren. Met deze gevoelens leren leven vergt veel tijd en energie.

Familie en vrienden

Sommige ouders die een baby verloren hebben, hebben behoefte aan veel familie en vrienden om zich heen. Anderen worden liever een tijdje alleen gelaten. Laat duidelijk blijken waaraan u de voorkeur geeft. Soms kan een vakantie of een uitstap een goede afleiding zijn. Het kan u nieuwe kracht geven. Niet iedereen is wellicht meteen op de hoogte van het overlijden van uw kindje. Waarschijnlijk krijgt u nog post of zelfs telefoontjes voor uw overleden baby. Dit kan hard aankomen. Ook is het zo dat buitenstaanders en mensen die uw kindje niet gekend hebben nooit voelen wat u voelt, ook al doen ze hun best om zich in te leven in uw situatie. Dit kan leiden tot vervelende en misplaatste reacties. Meestal is dit niet slecht bedoeld, maar gaat het om een onbeholpen houding.
Wie wel goed aanvoelen wat u doormaakt, zijn de mensen die hetzelfde hebben meegemaakt. Deze lotgenoten kunnen een grote steun zijn: zonder uitleg zullen ze begrijpen hoe u zich voelt en wat u bedoelt. Misschien wilt u zich nu of op een later tijdstip opgeven voor een praatgroep. Het adres en datums van de praatgroep kan u vinden op de website van het berrefonds.

Toekomst

Uw gedachten zullen in de eerste weken en maanden vrijwel voortdurend om uw verloren baby draaien. Toch is het mogelijk dat u zich in deze tijd al afvraagt hoe het verder moet. Kunnen wij nog kinderen hebben? Durf ik een nieuwe zwangerschap aan? Met welke risico’s moeten we rekening houden? Het is belangrijk dat u hier als ouders samen over praat en uw vragen met de arts bespreekt.
Hoelang u wacht om een eventuele nieuwe zwangerschap of adoptie aan te gaan is een zeer persoonlijke keuze. Ook moet u fysiek en emotioneel aansterken vooraleer opnieuw zwanger te worden.


Deel II: Enkele praktische zaken

Akte van een levenloos geboren kind

Wanneer jullie kindje levenloos geboren wordt, zal de ambtenaar van de burgerlijke stand een akte van aangifte van een levenloos kind moeten opstellen. Dit kan enkel indien de geboorte heeft plaatsgevonden meer dan 6 maanden of 180 dagen na de verwekking van het kind. De akte wordt opgenomen in het overlijdensregister van de gemeente waar de geboorte heeft plaatsgevonden. De aangifte kan zowel door de ouders als door de begrafenisondernemer worden gedaan.

Naamgeving

Sinds 1999 hebben ouders de mogelijkheid om hun doodgeboren baby officieel een voornaam te geven. Helaas moet de zwangerschap wel 180 dagen of 26 weken geduurd hebben.
Artikel 80 bis van het Burgerlijk Wetboek bepaalt dat enkel "de voornamen van het kind" in de akte van aangifte van een levenloos geboren kind, vanaf 180 dagen zwangerschap, kunnen worden vermeld. De familienaam van het kind wordt niet vermeld. Men zag hierin mogelijke problemen met rechtsgevolgen.

Sterretjesweide

Elke gemeente wordt aanbevolen een perceel van de gemeentelijke begraafplaats voor te behouden voor de begraving van baby’s die gestorven zijn voor de zesde zwangerschapsmaand. Als de ouders er de wens toe uitdrukken, mag de baby ook gecremeerd worden. In dit geval wordt de as in de hiertoe bestemde urne naar de wens van de ouders begraven ofwel uitgestrooid op dit perceel. De naam van de baby noch de naam van de ouders mag vermeld worden. Deze regeling heeft reeds ingang gevonden in een aantal gemeenten.

Levend geboren kind

Als jullie kindje levend is geboren (na een zwangerschap van 180 dagen), maar na de geboorte of enige tijd daarna toch is overleden, gelden alle normale regels van burgerlijke stand.
Het kindje krijgt een officiële voornaam en achternaam en kan bijgeschreven worden in het huwelijksboekje.

Begraven of cremeren

Begraven of cremeren is een heel moeilijke en persoonlijke keuze. Weinig ouders hebben hier snel een antwoord op. Denk er goed over na en bespreek het met elkaar. Zowel bij begraven als cremeren kan u een plaatsje hebben waar u naar terug kunt gaan. U kan ook de assen verstrooien als u dat wil. In de wet staat dat deze verstrooiing niet mag gebeuren op openbare plaatsen, maar de praktijk is vaak heel anders. De zee of een mooie boom in de tuin zijn mogelijke opties.

Bevallingsverlof/vaderschapsverlof

Het bevallingsverlof wordt toegekend voor moeders die bevallen zijn na minimum 6 maanden zwangerschap. Dit geldt ook voor het vaderschapsverlof. Ouders van een baby die gestorven is voor de zesde zwangerschapsmaand kunnen beroep doen op de ziekteregeling.

Kraamgeld

Kraamgeld kan toegekend worden indien jullie baby levenloos geboren werd na een zwangerschap van minstens 6 maanden. Het wordt verleend op voorwaarde dat er een aangifte van een levenloos kind wordt opgesteld door de ambtenaar van de burgerlijke stand.